zondag 30 juli 2017

Grafisch ...

Blad van een es


Een van de dingen die mij altijd weer boeit is het grafische element. In feite is de wereld vol van grafische elementen, maar het is niet altijd gemakkelijk om ze vast te leggen in een foto. Naast de opname is ook de nabewerking van belang, zowel bij het een als het ander is alles er op gericht om het beeld zo eenvoudig mogelijk te houden.
Bij de opname probeer ik alles buiten het kader te houden wat afbreuk zou kunnen doen aan de eenvoud; dat lukt niet altijd, omdat je soms niet dicht genoeg bij je onderwerp kunt komen. Met name de achtergrond is nogal eens prominent aanwezig; een grote lensopening kan helpen om de achtergrond te vervagen. De lensopening moet echter wel zo worden gekozen dat de scherptediepte groot genoeg is voor het eigenlijke onderwerp.
De eerste stap in de nabewerking is het eventueel bijsnijden om ongewenste delen van de opname buiten beeld te brengen. Daarna zet ik de foto om in zwart-wit, want zwart-wit is het meest geschikt voor grafische beelden. Dan is het zaak om een eventueel storende achtergrond weg te werken. Dat gebeurt meestal door deze zoveel als nodig te verdonkeren of juist extreem licht te maken. Een enkele keer is het noodzakelijk om een enkel vlekje specifiek weg te werken met een kloonstempel. Tenslotte werk ik het algehele contrast bij.
De nabewerking geschiedt in Photoshop Lightroom dat voor deze tamelijk simpele bewerkingen voldoende mogelijkheden biedt.

Zuid-Limburg




























Het wad bij Terschelling






























Bij Cadzand


































Hattem


Kampen


































In de tuin van paleis Het Loo, Apeldoorn


































In de tuin van paleis Het Loo, Apeldoorn

zaterdag 22 juli 2017

Stijl ...


In de wereld van de fotografie zijn twee termen nogal in zwang: visie en stijl. Er zijn zelfs boeken over volgeschreven, bijvoorbeeld "Developing Vision and Style" door de Britse fotografen Joe Cornish, Charlie Waite en David Ward.
Alle lectuur ten spijt kwam ik er maar niet achter of ik een kenmerkende stijl van fotograferen heb en zeker niet of er ook maar een greintje visie uit mijn werk spreekt.
Het verlossende woord - voor stijl althans - kwam van het blog photothunk.blogspot.nl door Amolitor (op dit blog zal ik later meer dan eens terugkomen). Het blog beschrijft in normale woorden stijl als een verzameling kenmerken die typisch zijn voor een bepaalde fotograaf. Zoals het veelvuldig gebruik van een bepaald brandpunt, een voorkeur voor bepaalde standpunten, enz.
Terugkijkend op de periode waarin ik min of meer serieus fotografeer ontdek ik de volgende overheersende elementen van mijn stijl:
  • zwart-wit
  • tegenlicht
  • eenvoud
  • grafisch
  • korte telelens
Helaas kan ik me er niet op beroemen een visie te hebben op het verschijnsel fotografie of op mijn fotografie, maar in een latere bijdrage zal ik wel proberen duidelijk te maken waarom ik fotografeer.

Nu eerst nog wat foto's in mijn stijl. Ze zijn onlangs gemaakt op Camping Natuurkampeerterrein 't Scharvelt te Haarlo















donderdag 20 juli 2017

Trap ...






Ik houd ervan om in series te werken; het dwingt me om heel bewust te kijken. En telkens weer blijkt het richten op één thema te leiden tot het doen van onverwachte ontdekkingen. Het is net zo als je een nieuwe auto hebt gekocht; opeens zie je dan dat er veel meer auto's van hetzelfde merk op de wegen.
Trappen zijn er in soorten en maten: heel oud, uiterst modern en alles wat daar tussenin zit; groot en klein.
De foto'sdie voor dit bericht zijn geselecteerd zijn voornamelijk gemaakt in Deventer en in een oud Zuid-Frans plaatsje. Deventer biedt alles, van de middeleeuwen tot de 21ste eeuw.




















































dinsdag 18 juli 2017

Geld ...



































Een stekelige vraag doemt op: Wat kost dat nou, die digitale fotografie met steeds weer nieuwe mogelijkheden en dus nieuwe camera's? Die vraag wordt niet alleen gesteld door mensen die me met steeds weer andere camera's en lenzen zien opereren, maar ik stel 'm ook regelmatig aan mezelf. Is het nu wel financieel verantwoord om steeds weer een nieuwe camera aan te schaffen en zelfs van systeem te wisselen? Dat is toch kapitaalvernietiging; had je niet beter bij je dia's kunnen blijven?!

In het analoge tijdperk gebruikte ik zo'n 50 diafilms per jaar. De kosten daarvoor bedroegen, inclusief diaraampjes, ongeveer
€ 450 per jaar. De analoge camera ging een eeuwigheid mee en hetzelfde gold voor de diaprojector; de kosten van de apparatuur waren dus te verwaarlozen.

Bij digitale fotografie zijn de zaken omgekeerd: de kosten van de foto's zijn verwaarloosbaar, maar de afschrijving van de apparatuur (camera's en objectieven) hakt er nogal in. Per saldo bedraagt de afschrijving op de hardware zo'n € 500 per jaar.
De kosten van analoge of digitale fotografie komen in mijn situatie dus aardig overeen, zeker als je de inflatie in de beschouwing betrekt.

Kort na de overstap van analoog naar digitaal heb ik al mijn dia's gedigitaliseerd met een uitstekende scanner; een project van één jaar, vijf dagen per week, twee uren per avond. De kwaliteit van de digitale foto's is ten opzichte van die scans enorm veel beter en dat geldt al voor de allereerste digitale camera, de Sony F828. Sindsdien is de kwaliteit alleen nog maar verder gestegen.

Per saldo betekent de digitale fotografie voor mij een enorme vooruitgang in beeldkwaliteit zonder dat daar een hoger kostenplaatje tegenover staat.

zondag 16 juli 2017

Mijn vijfde ...




































Mijn Olympus E-M5 is twee keer gevallen, beide keren vanaf ongeveer één meter hoogte op een stenen ondergrond. De camera is daardoor niet geheel betrouwbaar meer en dus maar weer op zoek naar vervanging. Gelukkig kwam net de Olympus E-M1-2 uit, waardoor de voorganger, de E-M1, in prijs werd verlaagd en in de Outlet van CameraTools ging er nog eens € 200 af. Toen was het besluit snel genomen: het werd de Olympus OMD- E-M1, net als mijn oorspronkelijke E-1 een oerdegelijke camera, stof- en spatwaterdicht. De belangrijkste voordelen ten opzicht van mijn E-M5 zijn de grotere zoeker en de grotere knoppen, waardoor het bedienen van de camera een stuk plezieriger is.

 






En dit is viereneenhalf ...



















En toen kwam een reis naar het Krugerpark in Zuid-Afrika op ons pad. Na wat wikken en wegen besloten we dat mijn vrouw, Annemiek, zou gaan fotograferen met een Nikon D300 en een objectief van 105-450 mm (FFeq.) en ik zou gaan filmen. De Olympus OM-D E-M5 was hiervoor niet zo geschikt, dus er moest iets komen speciaal voor dit doel. Dat werd de Sony RX10-2; een camera met een zogenaamde 1" sensor (ongeveer 9 x 13 mm) met een vast en lichtsterk Zeiss-objectief van 24-200 mm (FFeq.). Deze camera werd de hemel in geprezen door Kirk Tuck op zijn blog Visual Science Lab. Het plan was om deze camera zowel voor video als voor "stills" te gebruiken. Daar kwam in de praktijk niet veel van terecht, omdat de instellingen tussen foto en video niet strikt gescheiden bleken. Hierdoor werd snel schakelen tussen foto en video feitelijk onmogelijk. Uiteindelijk heb ik er voor gekozen om in het Krugerpark uitsluitend de videostand te gebruiken.

Inmiddels heb ik de camera ruim meer dan een jaar in mijn bezit; filmen doe ik niet meer, maar de Sony RX10-2 wordt meer en meer gebruikt voor het fotograferen. Dat was nooit de bedoeling, maar het blijkt een genot om de camera voor fotografie te gebruiken vanwege de kwaliteit en de flexibiliteit van het 24-200 mm objectief; geschikt voor het gebied van close-ups tot telefotografie. De camera laat zich heel prettig bedienen met een diafragmaring op het objectief en een speciale knop voor onder- of overbelichten.

Natuurlijk zijn er ook nadelen: het voornaamste is de traagheid van zoomen, een tweede nadeel is de neiging tot ruis bij hogere ISO's; voeg daarbij dat de stabilisatie niet zo goed is als ik bij Olympus gewend ben en je begrijpt dat deze camera niet mijn eerste keuze is voor donkere omstandigheden.

 



























donderdag 13 juli 2017

Mijn vierde ...




Toen de Nikon D300 met de bijbehorende zoomlenzen te zwaar werd voor langdurig gebruik moest ik op zoek naar een minder belastend alternatief. Dat werd de Olympus OM-D E-M5; een spiegelloze camera met verwisselbare lenzen, ook wel systeemcamera genoemd. Zestien megapixels en voor mijn type fotografie prima bruikbaar tot 1600 ISO. Nog belangrijker: een uitklapbaar LCD-scherm en stabilisatie in de camera. De E-M5 werd geleverd met een 24-100 mm (FFeq.) objectief; helaas niet zo lichtsterk, maar wel weer geschikt voor close-ups.
Bij mijn eerste Olympus, de OM-D E-1, had ik veel gebruik gemaakt van de 100 mm (FFeq.) macro-lens. Kennelijk past die brandpuntsafstand wel bij me. Voor de systeemcamera's bracht Olympus een lichtsterk en betaalbaar 90 mm (FFeq.) objectief uit. Dat werd dan ook snel aangeschaft en heeft gedurende lange tijd gefungeerd als mijn standaardobjectief voor de E-M5.
Met dit objectief kun je echter niet op korte afstand fotograferen, dus er moest op termijn ook nog een macrolens komen. En zo geschiedde: na een jaar werd het setje objectieven uitgebreid met een 120 mm (FFeq.) macro.
Over de Olympus E-M5 ben ik zeer tevreden; de minpuntjes zijn voor mij de priegelige knopjes en de soms wat moeizame scherpstelling op kleine details en bij weinig contrast.





















































woensdag 12 juli 2017

Mijn derde ...































De Olympus E-1 werd in 2009 ingeruild voor mijn derde digitale camera, weer een spiegelreflex: een Nikon D300 met een lichtsterke 75 mm lens (FFeq.). De Nikon beschikte over maar liefst 12 megapixels en dat bood de gelegenheid om mijn sportfoto's te "croppen", zodat een brandpuntsafstand voldoende was voor foto's van zaalhandbal. De Nikon had ook minder last van ruis dan de Olympus; de grens voor bruikbare foto's werd nu met 2/3 stop verhoogd naar 640 ISO.
De autofocus van de D300 bood voor mij ongekende mogelijkheden; daarover in een latere post meer. Daarnaast bleek het automatisch scherpstellen met de Nikon E-1 veel sneller te gaan dan met de E-1 en waar autofocus van de Olympus nogal eens last had van "hunten" (vooral bij het macro-objectief), was dit verschijnsel bij de Nikon totaal afwezig.
Gaandeweg groeide het assortiment lenzen; er kwam een 105-450 (FFeq.), daarna een 36-180 (FFeq.) en tot slot een macro-objectief.
Het grote lcd-scherm was een verademing. Nu kon je tenminste met een grote mate van zekerheid beoordelen of een opname scherp was.
Over de bediening van de Nikon D300 heb ik niets dan goeds te melden en ook de beeldkwaliteit liet niets te wensen over. Toch moest er op termijn weer een andere camera komen en wel een lichtere want mijn polsen konden het hoge gewicht van de Nikon niet meer aan.




































dinsdag 11 juli 2017

Mijn tweede ...



Mijn tweede digitale camera kwam in 2005 en werd dus toch weer een spiegelreflex. Ik was inmiddels begonnen met fotograferen van zaalhandbal (Kwiek, Raalte) en de omstandigheden in de sporthal legden de beperkingen van  de Sony F828 bloot: te trage autofocus en ISO 200 was eigenlijk al niet bruikbaar door de grote hoeveelheid ruis.
De digitale spiegelreflexen waren al wat beter betaalbaar geworden en mijn keuze viel op de Olympus OM-D E-M1, nota bene met slechts 5 megapixels, maar wel met een sensor die vier maal zo groot was als die van de Sony. Nu was het mogelijk met een aanvaardbare beeldkwaliteit op 400 ISO te fotograferen. Ik kocht er twee lichtsterke lenzen bij: een 50 mm macro (FFeq. 100 mm) en een standaardzoom met een brandpunt van 28-108 mm (FFeq.). Later ook nog een telezoom 100-400mm FFeq.
De camera en de lenzen werden als oerdegelijk, stof- en spatwaterdicht aangeprezen. Deze eigenschappen waren erg goed voor mijn gemoedsrust, want twee van mijn analoge spiegelreflexen hadden de geest gegeven juist als gevolg van regen en sneeuw. En de beloften werden waargemaakt: camera en lenzen hebben alle mishandelingen, regenbuien en stofstormen zonder enige schade doorstaan. 
De beeldkwaliteit van de Olympus E-M1 was voorbeeldig, maar in de loop van de tijd raakte de camera  technisch achterhaald: de nieuwere camera's beschikten over meer pixels, uitgebreidere autofocusmogelijkheden en een hoger ISO-bereik. En niet onbelangrijk: het lcd-scherm was bij de nieuwere camera's veel groter en scherper. Tijd voor de volgende stap dus ...